ECLI:NL:RBDHA:2024:8063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 22 mei 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het terugnameverzoek door de staatssecretaris te laat was ingediend, waardoor Nederland verantwoordelijk zou zijn geworden. De rechtbank stelde vast dat de asielaanvraag formeel op 2 december 2023 was gedaan en dat het Eurodac-onderzoek en de treffer op dezelfde datum plaatsvonden. Het terugnameverzoek werd op 23 januari 2024 ingediend, binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en oordeelde dat het niet halen van de Eurodac-termijn niet automatisch leidt tot Nederland als verantwoordelijke. Gelet op het tijdig ingediende terugnameverzoek verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de staatssecretaris. Eiser heeft procesbelang, maar krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.