ECLI:NL:RBDHA:2024:806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgend beroep wegens te vroeg ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoekster diende op 21 juli 2022 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op haar asielaanvraag. De rechtbank had eerder op 15 juni 2022 het eerste beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen twee termijnen van acht weken te beslissen. Verzoekster stelde dat de staatssecretaris niet aan deze uitspraak had voldaan en diende daarom op 29 augustus 2022 een opvolgend beroep in.
De staatssecretaris betoogde dat het beroep te vroeg was ingediend omdat de maximale beslistermijn van zestien weken na de uitspraak van 15 juni 2022 nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelde dat het 8+8-wekenmodel een maximale termijn van zestien weken toekent, waarbinnen de staatssecretaris moet beslissen, en dat verzoekster daarom niet eerder dan na die termijn opnieuw beroep kan instellen.
Omdat het beroep te vroeg was ingediend, verklaarde de rechtbank het niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Bruinse - Pot en griffier R. Barzilay, en is openbaar bekendgemaakt op 19 januari 2024.
Uitkomst: Het opvolgend beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend, en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.