ECLI:NL:RBDHA:2024:8049
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overname private schulden gedupeerde toeslagenaffaire wegens niet voldoen aan Wht-voorwaarden
Eiser, aangemerkt als gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht de overname van diverse private schulden door de Belastingdienst/Toeslagen. Deze verzoeken werden geweigerd omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), met name het vereiste van een notariële akte en opeisbaarheid voor 1 juni 2021.
Eiser voerde aan dat het Besluit betalen private schulden van toepassing was en stelde dat de eis van een notariële akte en opeisbaarheid onredelijk was. Ook deed hij een beroep op het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule. Verweerder stelde terecht dat de Wht van toepassing is en dat de schulden niet aan de wettelijke vereisten voldoen, onderbouwd met bewijs van de ING Bank en het ontbreken van bewijsstukken van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit bevoegd is genomen ondanks een onjuiste vermelding van de mandaatgever. De formele eisen van de Wht zijn dwingend en mogen niet worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De regeling is bedoeld om gedupeerden een nieuwe start te bieden door alleen opeisbare betalingsachterstanden over te nemen, niet om volledige vrijwaring van schulden te bieden.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de wettelijke criteria strikt worden toegepast en dat de regeling niet voorziet in compensatie van alle financiële gevolgen van de toeslagenaffaire.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de private schulden worden niet overgenomen wegens niet voldoen aan de Wht-voorwaarden.