ECLI:NL:RBDHA:2024:7805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is zonder rechtsgevolg en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om via een zienswijze te reageren. De rechtbank wijst het betoog van eiser dat hij daardoor feitelijk een rechtsmiddel is ontnomen af. Tevens gaat de rechtbank in op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelt dat de staatssecretaris terecht mag uitgaan van de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem die leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro wegens onevenredige hardheid wordt door de rechtbank verworpen omdat de staatssecretaris dit voldoende heeft gemotiveerd.
De rechtbank concludeert dat het besluit van de staatssecretaris rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.