ECLI:NL:RBDHA:2024:7634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 20 januari 2023 een asielaanvraag in. Verweerder moest uiterlijk op 20 juli 2023 beslissen, maar verlengde de beslistermijn met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3. Verzoeker betwistte deze verlenging en stelde verweerder prematuur in gebreke op 5 februari 2024.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was, omdat er sprake was van een situatie die de verlenging rechtvaardigde. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 ter motivering van de rechtmatigheid van de verlenging.
De proceskostenveroordeling werd afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was en geen grond bestond voor vergoeding.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door een prematuur ingebrekestelling.