ECLI:NL:RBDHA:2024:7616
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beslissing over termijn voor machtiging tot voorlopig verblijf ongegrond verklaard
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft bij uitspraak van 23 februari 2024 het beroep kennelijk gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld door opposanten, die een kortere beslistermijn dan twintig weken bepleiten, verwijzend naar de reeds verstreken zeven maanden sinds de indiening van het beroep. De rechtbank beoordeelt in verzet echter slechts of de vereenvoudigde behandeling terecht is toegepast, en beperkt zich tot de vraag of de uitspraak zonder zitting terecht is gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van twintig weken gebaseerd is op rechterlijk beleid en niet disproportioneel is, mede omdat niet is gebleken dat het onderzoek naar de aanvraag al was afgerond op het moment van de eerdere uitspraak. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over de beslistermijn voor de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de termijn van twintig weken blijft gehandhaafd.