ECLI:NL:RBDHA:2024:7607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 31 oktober 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 3 december 2022 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Verweerder deed een verzoek tot terugname aan Kroatië, dat werd geaccepteerd.
Eiser stelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Kroatië niet kon worden toegepast vanwege vermeende pushbacks. Hij verwees naar het Black book of pushbacks en een arrest van het Hof van Justitie. De rechtbank oordeelde dat verweerder adequaat had gereageerd op de zienswijze van eiser en dat eiser onvoldoende had geconcretiseerd waarom het besluit niet stand kon houden.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, die het interstatelijk vertrouwensbeginsel met Kroatië bevestigde en geen aanwijzingen zag dat Dublinclaimanten slachtoffer zijn van pushbacks. Ook de verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.