ECLI:NL:RBDHA:2024:7585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak rechtbank
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 3 januari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoekster op 8 januari 2024 beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoekster heeft tevens twee verzoeken om voorlopige voorziening ingediend. Eén van deze verzoeken is op 8 februari 2024 toegewezen, het andere verzoek, geregistreerd onder nummer NL24.4451, wordt in deze uitspraak beoordeeld. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij uitspraak van 17 april 2024 op het hoofdberoep is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.