ECLI:NL:RBDHA:2024:7540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering Tozo-uitkeringen wegens schending inlichtingenverplichting
Eiser, een zelfstandige ondernemer in de in- en verkoop van sierraden en reparatie van elektronica, ontving Tozo-uitkeringen over de periode van maart 2020 tot en met september 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag trok deze uitkeringen in en vorderde het betaalde bedrag van €17.019,36 terug, omdat eiser niet volledig en tijdig de gevraagde informatie over zijn inkomsten en bedrijfsactiviteiten verstrekte.
Na een onderzoek, waarbij meerdere verzoeken om gegevens werden gedaan en een gesprek met eiser plaatsvond, concludeerde het college dat het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld. Eiser stelde dat hij alle relevante gegevens had ingeleverd en dat communicatieproblemen de oorzaak waren van het vermeende gebrek aan informatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenverplichting uit artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet had geschonden door niet alle gevraagde en noodzakelijke gegevens te verstrekken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of hij recht had op de Tozo-uitkeringen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waarmee het college terecht de uitkeringen introk en terugvorderde. Eisers verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Tozo-uitkeringen worden terecht ingetrokken en teruggevorderd.