ECLI:NL:RBDHA:2024:7454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend op 26 oktober 2022. De staatssecretaris bevestigde ontvangst, verlengde de beslistermijn conform de Vreemdelingenwet 2000, maar nam tot op heden geen besluit.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van het besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bepaalt dat de staatssecretaris binnen twintig weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De rechtbank motiveert de langere termijn aan de hand van jurisprudentie en de complexiteit van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de staatssecretaris moet binnen twintig weken alsnog een besluit nemen en een dwangsom wordt opgelegd.