ECLI:NL:RBDHA:2024:718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste indexering maatmanloon
Eiser verzocht om een WIA-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij besluit van 31 augustus 2022 werd afgewezen. Dit besluit werd bevestigd in het bestreden besluit van 8 februari 2023. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen dit besluit.
De medische rapportages van de verzekeringsartsen, waaronder een lichamelijk en psychisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), gaven aan dat eiser beperkte arbeidsongeschiktheid heeft, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 24,46%. Eiser stelde dat zijn beperkingen, met name door artrose en het gebruik van Tramadol, werden onderschat en dat de functies die hem werden toegedicht niet passend waren vanwege rolstoelgebruik en werkplekaanpassingen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen zorgvuldig en duidelijk had vastgesteld en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om deze conclusies te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat de rolstoel geen aanleiding gaf tot verdere beperkingen en dat de werkplekken rolstoeltoegankelijk zijn. Ten aanzien van de indexering van het maatmanloon werd vastgesteld dat de juiste maand (juli 2022) was gehanteerd conform het Schattingsbesluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 22 juli 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 22 juli 2022.