ECLI:NL:RBDHA:2024:7041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens onrechtmatig onderzoek mobiele telefoon
Eiser, een Ghanese asielzoeker, kreeg op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd na zijn aankomst op Schiphol. Tijdens de procedure stelde eiser dat zijn mobiele telefoon zonder zijn toestemming was uitgelezen door de Koninklijke Marechaussee, zonder een toereikende wettelijke grondslag.
De rechtbank stelde vast dat noch artikel 59, achtste lid, noch artikel 55, tweede lid, van de Vreemdelingenwet een voldoende duidelijke en nauwkeurige wettelijke basis bieden voor het zonder toestemming onderzoeken van mobiele telefoons. Dit oordeel sluit aan bij een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 april 2024.
De rechtbank oordeelde dat het belang van eiser om niet in zijn grondrechten te worden geschonden zwaarder weegt dan het grensbewaringsbelang. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was vanaf het moment van het onderzoek van de telefoon, werd het beroep gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en een schadevergoeding toegekend.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak bevestigt het belang van een duidelijke wettelijke grondslag voor het onderzoeken van mobiele telefoons in vreemdelingenprocedures.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven wegens onrechtmatig onderzoek van de mobiele telefoon en eiser ontvangt een schadevergoeding.