ECLI:NL:RBDHA:2024:699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareizigers asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel nareizigers asiel bij haar vermeende echtgenoot (referent). De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege een vals bevonden kerkelijke huwelijksakte en tegenstrijdige verklaringen over de identiteit en familierechtelijke relatie. Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de situatie in Eritrea en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voordeel van de twijfel niet werd gegeven.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht een integrale beoordeling heeft gemaakt van alle documenten en verklaringen. De UNHCR/ARRA-kaart werd als indicatief beschouwd, maar onvoldoende onderbouwd. De vals bevonden huwelijksakte mocht zwaar meewegen, omdat eiseres geen contra-expertise had overgelegd. Tegenstrijdigheden in verklaringen over de studentenpas, doopakte, foto’s en huwelijksdag waren relevant en terecht meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij en referent een familierechtelijke relatie hebben en dat haar identiteit niet voldoende is vastgesteld. Daarom blijft de afwijzing van de aanvraag in stand. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag mvv blijft in stand.