Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Syrische nationaliteit, stelde beroep in tegen een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Tevens verzocht eiser om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 1 mei 2024 en onderzocht ambtshalve de geldigheid van de digitale handtekeningen op de maatregel van bewaring en het proces-verbaal van gehoor. Beide bleken rechtsgeldig te zijn.
Eiser voerde aan dat het Openbaar Ministerie (OM) mogelijk bezwaar had tegen zijn overdracht, wat vereist zou zijn bij een concrete overdrachtsdatum. Verweerder toonde aan dat het OM geen bezwaar maakte, bevestigd door een e-mail die door de rechtbank in het dossier is opgenomen. De vermeende dubbelzinnigheid van de e-mail en de mogelijke oproeping van eiser voor een zitting op 31 mei 2024 vormden geen belemmering voor de overdracht op 7 mei 2024.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van bezwaar van het OM een voorwaarde is voor uitzetting, niet voor het opleggen van de maatregel van bewaring. Verweerder had contact gezocht met het OM en de procedure was correct gevolgd. Ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.