ECLI:NL:RBDHA:2024:6839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat zonder nader onderzoek naar de situatie in Oostenrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, mede vanwege meldingen van pushbacks die mogelijk in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Oostenrijk structurele tekortkomingen vertoont die een reëel risico op een schending van mensenrechten opleveren. Het enkele feit dat eiser in Oostenrijk zijn vingerafdrukken heeft afgegeven, leidt niet tot het vervallen van de claim. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat nader onderzoek niet verplicht is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de staatssecretaris. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier D.G. van den Berg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.