ECLI:NL:RBDHA:2024:6820
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 19 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris op 20 januari 2024 in gebreke en diende op 7 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en past het 8+8-wekenmodel toe, waarbij de staatssecretaris binnen zestien weken na deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Een verzoek tot oplegging van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.