ECLI:NL:RBDHA:2024:6692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen plaatsing in HTL en vrijheidsbeperkende maatregel wegens psychische problematiek
Eiser, van Syrische nationaliteit en verblijvend in opvang bij het COa sinds november 2021, werd vanwege agressief gedrag en het stichten van brand in zijn kamer op 29 februari 2024 geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen. Tevens werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris. Eiser voerde aan dat hij onder grote psychische druk staat en dat zijn gedrag voortkomt uit mentale problemen, niet uit een bewuste overtreding van regels.
De rechtbank constateert dat het COa en de staatssecretaris bij het opleggen van de maatregelen geen afweging hebben gemaakt over de geschiktheid van de HTL voor eiser gezien zijn psychische situatie, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat eiser niet is benadeeld; het COa heeft in een aanvullend besluit alsnog gemotiveerd dat geen contra-indicatie of acute psychiatrische problematiek aanwezig is. Eiser heeft medische hulp geweigerd en zijn psychische problematiek onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de gedragingen van eiser, waaronder het stichten van brand en agressief gedrag, hem kunnen worden toegerekend. De stelling dat zijn medische situatie een gedragsverandering in de HTL onmogelijk maakt, faalt eveneens. Eerder is geoordeeld dat plaatsing in de HTL geen vrijheidsontneming inhoudt, omdat eiser de locatie voortijdig kan verlaten. De beroepen worden ongegrond verklaard, verzoeken om schadevergoeding afgewezen en het COa en de staatssecretaris worden ieder voor de helft veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard en het COa en de staatssecretaris worden veroordeeld in de proceskosten.