ECLI:NL:RBDHA:2024:6685

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
2 mei 2024
Zaaknummer
NL24.13573
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen tegen schorsing Dublin-overdracht aan Frankrijk

Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank kennelijk ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde verzoeker verzet in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De rechtbank stelde de zitting uit vanwege het ontbreken van een tolk en besloot vervolgens buiten zitting uitspraak te doen over de voorlopige voorziening. De staatssecretaris verzette zich niet tegen het verzoek, waarna de voorzieningenrechter het bestreden besluit schorst en de overdracht aan Frankrijk tijdelijk verbiedt totdat het verzet is behandeld.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Frankrijk wordt geschorst totdat op het verzet is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.13573

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Franca).

Procesverloop

Bij besluit van 27 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 7 februari 2024 [1] heeft de rechtbank dat beroep kennelijk ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld en verzocht te worden gehoord. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De behandeling van het verzet (met zaaknummer NL23.40312 V) en het verzoek om een voorlopige voorziening stonden op 11 april 2024 op zitting gepland. Op 10 april 2024 heeft eisers gemachtigde een verzoek om aanhouding ingediend omdat er geen tolk beschikbaar was voor de zitting. De rechtbank heeft dit verzoek om aanhouding toegewezen. De rechtbank heeft partijen medegedeeld dat zij voornemens is om buiten zitting uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening. [2] Beide partijen zijn hiermee akkoord gegaan.

Overwegingen

1. Bij brief van 11 april 2024 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
2. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
3. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het verzet;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

2.Met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Awb.