ECLI:NL:RBDHA:2024:6658
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinprocedure.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 12 maart 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL24.6266) is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet meer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
De uitspraak is gedaan op 15 maart 2024 door voorzieningenrechter P.J.M. Mol, in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.