ECLI:NL:RBDHA:2024:6375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het besluit niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. Hoewel eiser ernstige psychische klachten heeft en geen uitstel voor het indienen van een zienswijze is verleend, heeft de staatssecretaris voldoende rekening gehouden met de belangen van eiser door te wachten op een afspraak tussen eiser en zijn gemachtigde. Er is geen bewijs dat eiser hierdoor benadeeld is.
Eiser voerde aan dat medische beletselen overdracht aan Frankrijk in de weg staan, verwijzend naar het arrest C.K. van het Hof van Justitie. De rechtbank stelt dat de staatssecretaris op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat eiser in Frankrijk adequaat behandeld kan worden. De psychische problemen van eiser zijn onvoldoende om de hoge drempel van het arrest C.K. te bereiken.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol op 15 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.