ECLI:NL:RBDHA:2024:6495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De rechtbank beoordeelt of het besluit zorgvuldig en rechtmatig tot stand is gekomen en of de overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden.
De rechtbank overweegt dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is en dat eiseres via een zienswijze haar standpunten heeft kunnen inbrengen. De loopbrief, die volgens eiseres onderdeel van het dossier had moeten zijn, speelt vooral een rol bij de vraag of een terugnameverzoek tijdig is verzonden, maar in deze zaak is niet gesteld of gebleken dat dit niet het geval was. De rechtbank volgt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en gaat ervan uit dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest of artikel 3 EVRM Pro. Ook haar beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag aan zich te trekken wordt verworpen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht buiten behandeling is gesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.