Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die sinds 2017 in vreemdelingenbewaring verblijft, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring en verzocht om schadevergoeding. De maatregel van bewaring is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en duurt voort sinds november 2023.
De rechtbank toetste alleen de rechtmatigheid van de maatregel vanaf 6 december 2023, het moment van sluiting van het onderzoek in het laatste beroep. Eiser betoogde dat er geen redelijk zicht op uitzetting is vanwege de lange duur van de LP-aanvraag en onvoldoende voortvarendheid van verweerder, onder meer door late communicatie met de Marokkaanse autoriteiten en onduidelijkheid over het consulaat waar de aanvraag is ingediend.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting ontbreekt en dat verweerder adequaat en voortvarend heeft gehandeld door herhaaldelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten en regelmatig vertrekgesprekken te voeren. Ook was er geen aanleiding om de bewaring op te heffen gezien de belangenafweging en duur van de maatregel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.