ECLI:NL:RBDHA:2024:6407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen brief over beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelanders niet-ontvankelijk
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd meegedeeld dat haar tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG eindigt. De rechtbank heeft dit beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer waarin is geoordeeld dat een dergelijke brief niet als een besluit kan worden aangemerkt omdat deze slechts informatie geeft over de gevolgen van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In die uitspraak is vastgesteld dat de tijdelijke bescherming van Oekraïense derdelanders automatisch op 4 maart 2024 eindigt.
Omdat een besluit volgens artikel 1:3, eerste lid, Awb inhoudt dat er een juridisch gevolg wordt beoogd en alleen tegen besluiten beroep kan worden ingesteld (artikel 8:1 Awb Pro), is het beroep tegen de brief kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de brief over het einde van tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard.