ECLI:NL:RBDHA:2024:6395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank heeft het beroep van eiser, een Oegandese asielzoeker, beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Frankrijk en vreesde indirect refoulement, omdat hij geen adequate opvang zou krijgen en mogelijk teruggestuurd zou worden naar Oeganda. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk blijft gelden en dat de vrees van eiser onvoldoende concreet is om te concluderen dat er sprake is van structurele tekortkomingen.
Daarnaast is vastgesteld dat de bewijslast voor een reëel risico op indirect refoulement bij eiser ligt. De rechtbank volgde de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie, dat stelt dat zonder aanwijzingen voor systeemfouten in de asielprocedure en opvang in de aangezochte lidstaat, geen onderzoek naar indirect refoulement hoeft plaats te vinden.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.