ECLI:NL:RBDHA:2024:6390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Bruinse - Pot
- A.S. Gaastra
- S.A. van Hoof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen beëindiging verblijfsrecht als verzorgende ouder op grond van Chavez-Vilchez-arrest
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, betwist het besluit van de staatssecretaris dat zijn verblijfsrecht als verzorgende ouder van zijn Nederlandse minderjarige kinderen per 4 juni 2018 is beëindigd omdat hij niet daadwerkelijk zorg heeft verricht. De staatssecretaris stelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden uit de Vreemdelingencirculaire 2000, waaronder het verrichten van daadwerkelijke zorgtaken en het bestaan van een afhankelijkheidsverhouding met de kinderen.
De rechtbank oordeelt dat uit het dossier niet blijkt dat de moeder van de kinderen de omgang met eiser frustreert, en dat eiser zelf niet consequent is geweest in het nakomen van omgangsafspraken. Ook is onvoldoende gebleken van een zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen eiser en zijn kinderen dat zij gedwongen zouden zijn het grondgebied van de Unie te verlaten bij weigering van verblijf.
Eiser voert aan dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet deugdelijk is gemaakt, maar de rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris alle relevante feiten heeft betrokken en de belangenafweging terecht in het nadeel van eiser uitvalt. Het beroep is gegrond wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.