ECLI:NL:RBDHA:2024:5965

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
23 april 2024
Zaaknummer
NL23.18572
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G.A. Bouter - Rijksen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod

Verzoeker had een verblijfsvergunning die met terugwerkende kracht tot 7 december 2018 werd ingetrokken en kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Na een eerdere gegrondverklaring van het beroep door de rechtbank in december 2022, verklaarde de Staatssecretaris het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond in juni 2023. Verzoeker stelde opnieuw beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet mogelijk is omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist in een andere zaak met hetzelfde kenmerk. Daarom werd het verzoek afgewezen. Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht en de proceskosten van rechtsbijstand, vastgesteld op € 875,-.

De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter mr. G.A. Bouter - Rijksen en is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18572

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Dhalganjansing),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. M. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van verzoeker met terugwerkende kracht tot 7 december 2018 ingetrokken en hem een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Bij besluit van 30 maart 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 16 december 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:15127) het beroep gegrond verklaard.
Bij besluit van 22 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit opnieuw beroep ingesteld. Dit beroep staat geregistreerd met kenmerk NL.23.18569. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2024 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst teneinde verzoeker in de gelegenheid te stellen aanvullende stukken in te brengen. Nadat verzoeker de stukken heeft ingediend en verweerder hierop heeft gereageerd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.18569, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb in het beroep ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt en om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1 voor het gewicht van de zaak).
3. De voorzieningenrechter bepaalt tot slot dat verweerder aan verzoeker het betaalde griffierecht van € 184,- vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 184,- vergoedt;
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.