ECLI:NL:RBDHA:2024:5730
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Tunesië
De staatssecretaris heeft op 5 januari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voortduring van deze maatregel is door de rechtbank eerder getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld tot 19 januari 2024, het moment van sluiting van het vorige onderzoek.
In de huidige procedure heeft de staatssecretaris op 2 april 2024 een kennisgeving voortduren bewaring aan de rechtbank verzonden, welke gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser. De rechtbank heeft het beroep op 12 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank overweegt dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn. Dit wordt onderbouwd met verwijzing naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin is vastgesteld dat Tunesische autoriteiten in 2022 en 2023 laissez-passer (lp’s) hebben afgegeven en uitzettingen hebben plaatsgevonden. De staatssecretaris heeft meerdere rappels gedaan en vertrekgesprekken gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont.
Eiser heeft een onderscheid gevraagd tussen schriftelijke rappels en het verzenden van een lijst met lp-aanvragen, maar de rechtbank volgt de uitleg van de staatssecretaris dat het verzenden van de lijst geen bijzonder rappel is, maar een eenmalige informatieve handeling.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is voortgezet en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.