ECLI:NL:RBDHA:2024:5691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis op grond van niet aannemelijk huwelijk en gezinsband
Eiseres, met de Afghaanse nationaliteit, verzoekt om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om zich bij haar referent in Nederland te voegen. De aanvraag is afgewezen omdat het huwelijk tussen eiseres en referent niet als rechtsgeldig werd erkend. Het overgelegde huwelijksdocument kon niet worden geverifieerd door Bureau Documenten en er waren inconsistenties in de verklaringen over de huwelijksformaliteiten.
De rechtbank stelt vast dat het document niet door bevoegde autoriteiten is geregistreerd en dat het feit dat het huwelijk in het Basisregistratie Personen is opgenomen, dit niet verandert. Eiseres slaagt er niet in de verschillen in verklaringen te verklaren. Omdat het huwelijk niet aannemelijk is, heeft verweerder de feitelijke gezinsband beoordeeld en geoordeeld dat deze niet is aangetoond vanwege het ontbreken van samenwoning en langdurig contact.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was een belangenafweging te maken op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard, zodat verweerder wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €437,50.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.