ECLI:NL:RBDHA:2024:5666
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na gegrondverklaring bezwaar tegen afwijzing medische noodsituatie
Verzoekster diende bezwaar in tegen het besluit van 27 oktober 2022 waarbij haar aanvraag voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd afgewezen. Zij vroeg op 31 oktober 2022 een voorlopige voorziening aan. Op 1 februari 2023 verklaarde de staatssecretaris het bezwaar gegrond en verleende uitstel van vertrek.
Naar aanleiding van de gegrondverklaring trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in, met het verzoek om proceskostenvergoeding. De staatssecretaris weigerde deze kosten te vergoeden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris door het gegrond verklaren van het bezwaar en het nemen van het gewenste besluit is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 875,- aan verzoekster, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd zonder zitting gedaan op 18 april 2024.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.