ECLI:NL:RBDHA:2024:5576
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 8 november 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 november 2021. De staatssecretaris nam op 20 februari 2024 een inwilligend besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden door een geldige verlenging met negen maanden was verlengd vanwege een situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet. Hierdoor was de ingebrekestelling van 19 oktober 2023 prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding daarom als kennelijk ongegrond af.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.