ECLI:NL:RBDHA:2024:5467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Moldavische vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Moldavische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 10 maart 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van eisers stellingen over een valse drugsbeschuldiging en het ontbreken van een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Moldavië. Eiser vreesde mishandeling in detentie vanwege een uitleveringsverzoek.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beschuldiging vals is, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen en het ontbreken van bewijsstukken. De rechtbank stelde vast dat de mishandelingen uit het verleden te lang geleden zijn en geen reden vormden voor vertrek, waardoor zij niet relevant zijn voor het risico bij terugkeer. Verweerder heeft het meest recente CPT-rapport betrokken en concrete garanties van Moldavische autoriteiten over bescherming in detentie meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat de garanties niet worden nageleefd en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schending van artikel 3 EVRM Pro. Tevens heeft verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond afgewezen, onder meer omdat eiser niet tijdig asiel heeft aangevraagd na binnenkomst. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.