ECLI:NL:RBDHA:2024:5438
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening tijdelijke bescherming aan derdelander uit Oekraïne
Verzoeker, een derdelander met tijdelijke verblijfsrecht in Oekraïne, vluchtte naar Nederland en kreeg tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De staatssecretaris besloot echter dat deze bescherming per 4 maart 2024 eindigt en dat verzoeker Nederland binnen vier weken moet verlaten. Verzoeker stelde beroep in tegen dit terugkeerbesluit en vroeg om een voorlopige voorziening, die op 15 maart 2024 werd afgewezen.
Op 8 april 2024 vroeg verzoeker opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie van verzoeker gelijk is aan die van anderen waarvoor recent een voorlopige voorziening werd getroffen. Gezien de onverwijlde spoed en de belangen van verzoeker, werd het verzoek nu wel toegewezen.
De voorlopige voorziening houdt in dat verzoeker voorlopig niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en in Nederland mag werken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €875,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker voorlopig in Nederland mag blijven met behoud van opvang en werkrecht.