ECLI:NL:RBDHA:2024:5281
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Tsjechië onder Dublinverordening
Eisers, bestaande uit een moeder en haar twee minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling van hun aanvraag. Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Tsjechië, dat het welzijn van de kinderen in Nederland zwaar moet wegen en dat zij traumatische ervaringen hadden in Tsjechië, waardoor overdracht onevenredige hardheid zou opleveren.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel van toepassing is en dat Tsjechië heeft bevestigd dat zij eisers zullen terugnemen. Het welzijn van de kinderen wordt meegewogen, maar omdat zij met hun moeder zijn en de verantwoordelijkheid bij Tsjechië ligt, is dit geen reden om het besluit te wijzigen. Het incident op het treinstation in Tsjechië is onvoldoende onderbouwd als traumatisch en er is geen bewijs dat de autoriteiten in Tsjechië niet adequaat zouden handelen.
Ook de vrees dat eisers bij overdracht aan Tsjechië zouden worden uitgezet naar Syrië wordt niet gegrond verklaard. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Tsjechië verantwoordelijk is.