ECLI:NL:RBDHA:2024:5254
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in ontnemingsvordering wegens gebrek aan strafrechtelijk belang
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 april 2019 en 29 maart 2024 de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die op dat moment gedetineerd was. Het Openbaar Ministerie had aanvankelijk niet de intentie om een ontnemingsvordering in te dienen, maar diende deze uiteindelijk in met een administratief motief in verband met conservatoir beslag.
Tijdens de inhoudelijke behandeling vorderde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijkheid in de ontnemingsprocedure, stellende dat voortzetting geen strafrechtelijk belang diende. De verdediging nam geen inhoudelijk standpunt in.
De rechtbank oordeelde met terughoudendheid en respect voor de beleidsvrijheid van het Openbaar Ministerie dat het standpunt van niet-ontvankelijkheid redelijk was en dat het niet voortzetten van de ontnemingsprocedure niet in strijd was met de goede procesorde.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de verdere voortzetting van de ontnemingsprocedure en legde geen betalingsverplichting op aan de veroordeelde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van strafrechtelijk belang.