Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser, V-nummer: [v-nummer 1]
[kind 1]en
[kind 2]
Rechtbank Den Haag
Eisers, met de Marokkaanse nationaliteit, dienden op 18 januari 2023 aanvragen in voor een visum voor kort verblijf in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen op 20 januari 2023 af omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende waren aangetoond, er twijfel was over de terugkeer, en onvoldoende middelen werden getoond.
Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar de minister verklaarde het bezwaar op 30 november 2023 ongegrond zonder eisers te horen. De rechtbank behandelde het beroep op 7 maart 2024. Eisers voerden aan dat het reisdoel was gewijzigd van toerisme naar familiebezoek en dat zij niet gehoord waren in bezwaar, wat in strijd zou zijn met de Awb.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hebben aangetoond wat zij in Nederland willen doen, dat zij geen reisplan hebben overgelegd en dat de wijziging van het reisdoel niet voldoende is onderbouwd met de vereiste stukken. De minister had ruime beoordelingsruimte en hoefde geen nader feitenonderzoek te verrichten of eisers te horen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.