ECLI:NL:RBDHA:2024:5018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Russische nationaliteit wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veilig land van herkomst
Eiser, van Russische nationaliteit, diende op 17 juni 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 27 oktober 2023 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in Rusland gevaar loopt en omdat Georgië, waarvan eiser ook de nationaliteit zou bezitten, een veilig land van herkomst is.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 februari 2024 en oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat eiser naast de Russische ook de Georgische nationaliteit bezit. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij de Georgische nationaliteit had verloren. Ook was Georgië voor eiser een veilig land van herkomst, ondanks zijn stelling dat hij als jezidi problemen zou ondervinden.
Daarnaast achtte de rechtbank de verklaringen van eiser over bedreigingen, mishandelingen en risico op militaire dienstplicht in Rusland onvoldoende geloofwaardig. Eiser bracht onvoldoende bewijs aan voor zijn verhaal, waaronder het ontbreken van authentieke documenten en onvoldoende onderbouwing van oproepen voor militaire dienst. Ook werd geen reden gezien om af te zien van het opleggen van een terugkeerbesluit en inreisverbod.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.