Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres]
V-nummer: [nummer eiseres]
hierna te noemen: eiseres
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2024 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde van de staatssecretaris was wel aanwezig. Uit de stukken en de mededeling van de staatssecretaris blijkt dat eiseres op 21 december 2023 met onbekende bestemming is vertrokken, vermoedelijk teruggekeerd naar Moldavië, en dat de gemachtigde geen contact meer heeft met haar.
De rechtbank oordeelt dat eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep, omdat zij kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact de bescherming niet langer wordt nagestreefd. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.