ECLI:NL:RBDHA:2024:4814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toereikende machtiging bij inschrijving personenauto
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een betalingsverplichting opgelegd door de RDW voor de inschrijving en identificatie van een personenauto uit het buitenland. De rechtbank heeft het beroep samen met een soortgelijk beroep behandeld, waarbij eiser niet persoonlijk aanwezig was, maar diens gemachtigde, Verhoeven, wel.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep, omdat Verhoeven geen geldige machtiging kon overleggen die aantoont dat hij bevoegd is om namens eiser op te treden. De rechtbank heeft Verhoeven meerdere malen in de gelegenheid gesteld om een recente en toereikende machtiging te overleggen, maar dit is niet gebeurd. De overgelegde machtiging dateerde uit 2017 en voldeed niet aan de gestelde eisen.
Verhoeven stelde dat hij met standaardmachtigingen werkt en dat het contact met cliënten via een intermediair verloopt, maar hij heeft geen nieuwe machtiging aangevraagd na het constateren van het verzuim. De rechtbank vond dat Verhoeven onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bevoegd is om het beroep in te stellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit van de RDW in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Van der Poort-Schoenmakers op 7 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.