ECLI:NL:RBDHA:2024:4768
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning gemeente Westland
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in de gemeente Westland, vastgesteld op €1.031.000 per 1 januari 2021. Hij stelde een lagere waarde van €926.000 voor en voerde verschillende bezwaren aan tegen de gehanteerde vergelijkingsobjecten en de wijze van waardebepaling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten zijn voldoende vergelijkbaar en er is adequaat rekening gehouden met verschillen zoals het afnemend grensnut en ligging. De stellingen van belanghebbende over andere vergelijkingsobjecten en methoden worden niet gevolgd.
Daarnaast faalt het beroep op schending van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ, omdat de heffingsambtenaar voldoende informatie heeft verstrekt over de grondstaffel en indexering. Ook het verwijt van doelredeneren wordt verworpen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat het bezwaar minder dan twee jaar voor de uitspraak is ingediend.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan op 29 februari 2024 door rechter K.G. Scholten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.