ECLI:NL:RBDHA:2024:4657
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne met tijdelijke verblijfsvergunning, kreeg van de staatssecretaris mededeling dat zijn tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 zou eindigen en dat een terugkeerbesluit zou volgen. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening, omdat hij op 2 april 2024 de opvang moest verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat het terugkeerbesluit nog niet bekend was gemaakt. Er is sprake van een spoedeisend belang vanwege het verlies van opvang. De rechter nam kennis van eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de rechtbank die de beëindiging van tijdelijke bescherming bevestigden, maar ook van lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie.
Gelet op de uiteenlopende jurisprudentie en de noodzaak om de prejudiciële vragen af te wachten, besloot de voorzieningenrechter het verzoek toe te wijzen. Verzoeker wordt behandeld alsof de tijdelijke bescherming op hem van toepassing blijft, waardoor hij mag blijven in Nederland, recht op opvang behoudt en mag werken totdat op het beroep is beslist. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker behoudt tijdelijke bescherming en recht op opvang en werk tot uitspraak op het beroep.