ECLI:NL:RBDHA:2024:4292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiseres, met een verborgen gehemeltespleet die haar spraakvermogen aantast, werd op 8 februari 2024 geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door het COa en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit volgde op een incident waarbij eiseres met een keukenmes steekbewegingen maakte richting twee COa-medewerkers, wat leidde tot een onveilige situatie en politie-ingrijpen.
Eiseres betoogde dat haar medische aandoening en communicatieproblemen onvoldoende in het besluit waren meegenomen, dat zij niet gehoord was en dat het COa onvoldoende onderzoek had gedaan. Ook stelde zij dat de maatregel onevenredig lang duurde en dat evaluatiemomenten ontbraken. Het COa voerde aan dat er geen contra-indicatie was voor plaatsing en dat er adequaat medisch toezicht was. Bovendien ontkende het COa dat eiseres niet gehoord was.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke beschrijving van het incident juist was, mede gebaseerd op verklaringen van meerdere medewerkers en een azc-bewoner. De medische belemmeringen van eiseres waren niet aannemelijk gemaakt met objectieve stukken. Het trekken van een mes werd terecht als een gedraging met zeer grote impact aangemerkt. Het COa had voldoende rekening gehouden met de medische situatie en eiseres was gehoord met gebruik van een tolk. De rechtbank zag geen grond om de voortduring van de maatregel te toetsen.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.