ECLI:NL:RBDHA:2024:4114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, een Eritrese jongvolwassene, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid van zijn broer (referent) die in Nederland verblijft met een asielvergunning. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en later vanwege het ontbreken van een beschermenswaardig gezinsleven en hechte persoonlijke banden met zijn minderjarige zusjes.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft aangenomen dat er geen hechte persoonlijke banden zijn tussen eiser en zijn zusjes, waarbij onterecht een criterium werd gehanteerd dat de band de gebruikelijke omgang moet ontstijgen. Hoewel de rechtbank dit criterium achterwege laat, volgt zij dat de banden onvoldoende zijn aangetoond. Wel stelt de rechtbank dat verweerder de belangenafweging niet deugdelijk heeft gemotiveerd, terwijl volgens de Werkinstructie 2023/2 bij jongvolwassenen de belangenafweging in beginsel in hun voordeel uitvalt als de ouders zijn toegelaten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met een deugdelijke belangenafweging.