Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling geboren in 2003, werd op 2 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Hij werd staande gehouden op basis van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, gelet op een melding van een hondengeleider en ervaringsgegevens over illegale grenspassages. Dit onderdeel van het beroep werd verworpen omdat het een strafrechtelijke grondslag betreft.
Echter, eiser voerde aan dat hij langer dan 24 uur in een politiecel verbleef voordat hij werd overgeplaatst naar een detentiecentrum, wat volgens jurisprudentie onrechtmatig is. Verweerder erkende de overschrijding maar stelde dat dit niet tot onrechtmatigheid leidde en bood een geringe schadevergoeding aan.
De rechtbank stelde vast dat eiser van 2 maart 16:10 uur tot 4 maart in een politiecel verbleef, langer dan de toegestane 24 uur. Verweerder gaf geen motivering voor deze overschrijding, terwijl dit volgens het Hof van Justitie alleen gerechtvaardigd is bij bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanaf het begin en beveelt opheffing per 14 maart 2024.
Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.330,- voor 12 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, gebaseerd op verblijf in politiecel en detentiecentrum. Tevens werden proceskosten van €1.750,- aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en de Staat veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.330,- toegekend.