ECLI:NL:RBDHA:2024:3709
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische situatie zonder nieuwe toestemmingsverklaring
Eiser, een Marokkaanse staatsburger geboren in 1991, verzocht om uitstel van vertrek op grond van zijn medische situatie. Na eerdere afwijzingen en een uitspraak van 5 juli 2023, waarbij het BMA-advies van 17 februari 2022 als basis werd genomen, diende eiser opnieuw een aanvraag in. Verweerder wees deze af omdat eiser geen nieuwe ondertekende toestemmingsverklaring voor medische gegevens had overgelegd, waardoor geen nieuw BMA-advies kon worden aangevraagd.
Eiser betoogde dat het dossier volledig was en dat vanwege zijn ernstige medische toestand het niet mogelijk was om binnen de gestelde termijn de toestemmingsverklaringen te verkrijgen. Tevens stelde hij dat het BMA-advies onzorgvuldig was en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het besluit nam op basis van het eerdere BMA-advies, omdat eiser niet had gereageerd op het verzoek om nieuwe toestemmingsverklaringen en geen onderbouwing had gegeven voor het niet kunnen overleggen hiervan.
De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat het BMA-advies geen medische noodsituatie op korte termijn aangaf, waardoor het beroep ongegrond was. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat het horen van eiser redelijkerwijs geen ander besluit zou opleveren. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit na de uitspraak in het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.