ECLI:NL:RBDHA:2024:3697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen nadere beslistermijn in aanvraag machtiging voorlopig verblijf ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak waarin een nadere beslistermijn van twintig weken werd opgelegd aan verweerder om een besluit te nemen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf.
Opposant stelde dat de aanvraag compleet was en dat nader onderzoek niet nodig was, waardoor de nadere beslistermijn onterecht zou zijn opgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat het aan verweerder is om de aanvraag te beoordelen en dat er geen aanwijzingen waren dat het onderzoek al was gestart op het moment van de eerdere uitspraak.
De rechtbank beperkte haar beoordeling in het verzet tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast en concludeerde dat het verzet ongegrond is. De eerdere uitspraak blijft daarmee in stand en opposant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzet tegen de nadere beslistermijn van twintig weken is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.