ECLI:NL:RBDHA:2024:3612
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 27 februari 2024 behandeld. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt voor Polen, zoals eerder bevestigd in uitspraken van juni en juli 2022, en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Polen de Europese asielrichtlijnen niet naleeft.
Eiser heeft aangevoerd dat hij in Polen is ontslagen vanwege zijn seksuele geaardheid en dat hij als LHBTI-persoon niet veilig zou zijn, maar de rechtbank acht deze stelling onvoldoende onderbouwd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook het argument dat er momenteel geen overdrachten aan Polen plaatsvinden wordt verworpen, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de staatssecretaris de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.