ECLI:NL:RBDHA:2024:3430
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer wegens spookrijden
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 13 maart 2024 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het opleggen van een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
Eiser werd op 28 november 2022 betrapt op het rijden tegen de verplichte rijrichting op een rotonde en bleef vervolgens tegen de rijrichting in rijden over een afstand van 50 tot 80 meter, ondanks dat hij bij een kruising de mogelijkheid had om naar de juiste rijbaan te gaan. Eiser betoogde dat het om één gedraging ging en dat de maatregel buitenproportioneel en onterecht was, mede vanwege een medische noodsituatie van zijn bijrijder.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van twee afzonderlijke gedragingen en dat het CBR terecht een EMG heeft opgelegd. De rechtbank verwierp het beroep van eiser op verschoonbaarheid en het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van de proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de EMG wordt bevestigd.