ECLI:NL:RBDHA:2024:3126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig derde land Djibouti ondanks opgeheven grensdetentie
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende asielzoeker, heeft op 31 juli 2022 een asielaanvraag ingediend nadat hem de toegang tot het Schengengebied werd geweigerd en hij in grensdetentie werd geplaatst. Deze grensdetentie werd op 4 augustus 2022 opgeheven. Verweerder heeft de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser kan terugkeren naar Djibouti, een veilig derde land.
Eiser betoogde dat de aanvraag niet zonder inhoudelijke beoordeling mocht worden afgewezen en dat hij geen band meer heeft met Djibouti, mede omdat hij het Djiboutiaanse paspoort onrechtmatig verkreeg en geen toegang meer tot Djibouti kan verkrijgen. Tevens stelde hij dat de werkinstructie 2021/14 van toepassing was en dat de grensdetentie-opheffing het recht van verweerder om de aanvraag op grond van artikel 30a te behandelen niet uitsloot.
De rechtbank oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. De opheffing van de grensdetentie sluit toepassing van artikel 30a niet uit en de werkinstructie 2021/14 is niet van toepassing op deze situatie. Verder is vastgesteld dat eiser nog banden met Djibouti heeft, onder meer omdat zijn gezin daar woont, en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang meer tot Djibouti kan verkrijgen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wegens veilig derde land Djibouti.