ECLI:NL:RBDHA:2024:3061
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag na intrekking besluit
Eiser diende op 30 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en stelde vervolgens beroep in. De rechtbank verklaarde het eerdere beroep gegrond en legde een termijn van zestien weken op voor het nemen van een besluit, met een dwangsom.
De staatssecretaris wees de aanvraag af bij besluit van 16 maart 2023, maar trok dit besluit op 12 juli 2023 in zonder direct een nieuw besluit te nemen. Eiser trok daarop zijn beroep in, maar stelde op 14 september 2023 een nieuw beroep in wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit. De staatssecretaris diende geen verweerschrift in.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voorafgaand aan het tweede beroep in gebreke hoefde te worden gesteld en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank legt een beslistermijn van vier weken op waarbinnen de staatssecretaris een besluit moet nemen, rekening houdend met de maximale termijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn en de belangen van beide partijen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 maart 2024 door de rechtbank Den Haag, locatie Groningen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en staatssecretaris opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.