ECLI:NL:RBDHA:2024:2986
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker, een Syrische asielzoeker, stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van december 2022. De staatssecretaris nam later een inwilligend besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn door een nieuwe regeling met negen maanden was verlengd, waardoor de ingebrekestelling van verzoeker prematuur was en het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor was geen sprake van tegemoetkoming in de zin van de Awb.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.
Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.